U bent hier

Home

kweken


Basisprincipes voor de kweek goede Figurita's kweken is niet makkelijk, naast de kwaliteit van het kweekmateriaal speelt het tijdstip van het kweken een belangrijke rol bij uw succes als Figurita liefhebber. In het hele vroege voorjaar, waarin de nachten regelmatig zeer koud zijn, komen veel eitjes niet uit, is een deel van de eieren niet bevrucht en gaan er regelmatig jongen verloren.

Figurita’s zijn typische Zuid-Europeanen, ze hebben warmte nodig! De moeizame vroege start halen ze later in het jaar gemakkelijk weer in. Een drietal nestjes jongen per jaar mag dan ook geen probleem zijn. Dit is zelfs haalbaar als we pas laat in het voorjaar de duiven koppelen! Dit laatste is aan te bevelen. Koppelen vanaf begin maart is een advies wat voor de meeste fokkerijen goed werkt. Natuurlijk zijn er liefhebbers die met het winterkweken goede resultaten bereiken maar dit zijn beslist uitzonderingen en voor een ruime nakweek niet noodzakelijk. Zijn de kweekkoppels goed op dreef dan is het gebruikelijk dat 14 dagen na het uitkomen van de jongen, opnieuw wordt gelegd. Grofweg dus een nestje per maand! In de koppels moeten we het juiste evenwicht tussen een klein lichaam en de geschiktheid zich probleemloos voort te planten, zien te behouden.

Goede duivinnen die probleemloos twee eitjes produceren zijn vaak iets forser dan de winnaressen op de show. Paar deze duivinnen aan een kleine doffer om jongen van het juiste formaat te krijgen. Paring van een wat forse duivin met een doffer die aan de grote kant is, zal vrijwel zeker te forse jongen geven. Geeft een duivin steeds nestjes van één ei dan gaat u bergafwaarts en is het zaak de nakomelingen voor de kweek uit te schakelen of te paren aan dieren die uit een nestje van twee vlot opgroeiende jongen komen.

Een tweede zaak voor een succesvolle kweek is het zorgdragen voor de juiste snavellengte. Schakel Figurita's met een erg fijne en (te) korte snavel uit voor de kweek! Deze duiven brengen hun jongen goed groot tot het moment dat er op vast voer wordt overgeschakeld. Op dat moment ingrijpen door handmatig bijvoeren of overleggen van de jongen naar een goed voerend koppel is de redding voor de jongen maar geeft aan dat u een probleem heeft.Dieren die hun jongen niet zelf groot blijken te brengen dienen alsnog uit de kweek gehaald te worden. Het is voor het ras van belang dat een probleemloze voortplanting mogelijk blijft.

We raden het inzetten van voedsterduiven af. Wilt u om reden van het kweken van wat meer jongen van een specifiek koppel, toch gebruik maken van voedsterduiven, zet dan een extra koppel Figurita’s in. Dit geeft u de zekerheid dat de jongen voldoende snavellengte en structuur hebben om op een natuurlijke wijze op te kunnen groeien. Regelmatig komt het voor dat er van een nestje van twee, er één goed groeit en er één achterblijft. Zonder ingrijpen sterft dit kleine jong. Komt dit kleine jong met wat hulp groot dan blijft het vaak ‘mooi’ klein voor de show.

Maak altijd een aantekening zodat deze dieren niet voor de kweek worden ingezet. Koppels die veel van deze achterblijvers brengen moeten bij voorkeur niet meer gebruikt worden. Natuurlijke vitaliteit van het ras is noodzakelijk voor het voortbestaan op de langer termijn. Het is verleidelijk het ras in veel kleuren te fokken. Veel liefhebbers kunnen deze uitdaging niet weerstaan. Heeft u weinig ruimte wees dan sterk en beperk u tot één of enkele kleuren.